Toelichting op het werk

<< terug
 

Ik neem continu beelden in mij op, maak associaties en constateer dat een object méér is dan alleen de tastbare verschijningsvorm. Vaak ontleent het zijn betekenis aan onzichtbare associaties, die niet direct afleesbaar zijn van die verschijningsvorm. Een subjectieve tweede laag zoals: het functioneren van de mens, weerspiegeling van emotie, kostbare herinneringen en identiteit kunnen een object een belangrijke betekenis geven. Die betekenis wil ik zichtbaar maken. De discipline die ik kies, het materiaalgebruik én de techniek dienen ter ondersteuning van die boodschap.

Ik ben nieuwsgierig naar vormverandering en naar de verandering van functie. De ingrepen zoals bij de Siamese theepot en de Linke Soeplepel, zorgen ervoor dat ze anders communiceren dan hun archetype vormen. Automatisch verandert ook de omgang met of het gebruik van deze producten. Ik ga ervan uit dat de mens een aantal voorwerpen zoals een tafel, een stoel, een beker om zich heen nodig heeft om te kunnen functioneren. Zo zal hij deze producten gebruiken vanuit een automatisme. Een verandering of ingreep kan ervoor zorgen dat deze handelingen ‘gedesautomatiseerd’ worden. Met het desbetreffende product wil ik verwarring veroorzaken en het bewustzijn intensiveren.

Daarnaast maak ik gebruik van wetenschappelijke feiten in de vorm van statistieken, resultaten van metingen, microscopische beelden als bron van inspiratie. Er zit volgens mij een esthetische waarde in de betekenis van deze feiten die direct inzetbaar kunnen zijn om tot ontwerpen te komen. Bijvoorbeeld bij het wandpaneel ‘Emotional Landscape’. Hierin probeer ik het functioneren van de hersenen van een persoon van actieve toestand tot slaap te vertalen naar een ‘landschap’ op een schilderij . Het meest recente werk dat hiermee te maken heeft is het experiment met klank op het EKWC. Bij de geluidsobjecten 'Keramiek' en 'Klei' heb ik gebruik gemaakt van geluidsfrequenties die ik heb omgezet naar een 3 dimensionaal object. De vorm ontstaat vanuit de stem.

De kwaliteiten die ik verworven heb met het vak edelsmeden zoals: beheersing van technieken, omgang met materialen en koestering van een kleinood zou ik direct in willen zetten om mijn betekenis als ontwerper uit te dragen. Naast mijn conceptuele aanpak kies ik voor esthetische vormoplossingen en probeer ik vanuit het product te denken. Hoe zou ik eruit willen zien als 'Linke Soeplepel’, of als 'Spectrumshawl' ? Hoe wil ik om een persoon heen hangen of hoe wil ik dat iemand me vastpakt, koestert, op tafel of in de etalage zet ? Wil ik een functie hebben of wil ik als een kerstbal in een boom bekeken worden?